STABU Magazine, Juni 2009

BuildingSMART Benelux

download hier het originele artikel als PDF... >>

Onder de naam International Alliance for Interoperability wordt al vele jaren in internationaal verband samengewerkt om te komen tot goede afspraken op gebied van data uitwisseling bij gebruik van verschillende software in de bouwwereld.
Vooral nu het toepassen van 3D BIM voor de bouw wereldwijd zo veel in de belangstelling staat, wordt het onderling goed kunnen communiceren tussen bouwteamleden steeds belangrijker.
Het overleg van allerlei specialisten binnen de IAI heeft geleid tot de oprichting van een wereldomvattende organisatie, die de naam buildingSMART voert. Binnen de internationale vereniging zijn 14 regio's actief, waarvan de Vereniging buildingSMART Benelux de activiteiten in de drie landen bundelt en coördineert.

De activiteiten richten zich vooral op het verder ontwikkelen en gebruik van open uitwisselingstandaards die noodzakelijk is bij digitale communicatieprocessen rond projecten op gebied van bouw en infrastructuur. Het toepassen van een 3D BIM is het meest duidelijke voorbeeld van toepassing, maar het toont ook aan dat er nog te ontwikkelen en af te stemmen valt.

De drie Benelux landen zijn relatief bescheiden a!s het gaat om het op grote schaal ontwikkelen en produceren van bouwsoftware. Maar juist op gebied van afgeleide programma's ten behoeve van documenteren, berekenen, calculeren en plannen, spelen Nederlandse ondernemingen wel een rol. Daarom is het belangrijk dat de stem van onze vakwereld ook internationaal doorklinkt, en wij onze ideeën en wensen op gebied van de open standaarden duidelijk laten horen.

Door de bundeling van de leden met de verschillende signaturen vervult de vereniging een brede platformfunctie waar de leden ervaringen uitwisselen, kennis overdragen en andere activiteiten ontwikkelen. En uiteraard van zich laten horen in internationaal verband. De Stichting STABU is daarvan een goed voorbeeld en spreekt regelmatig mee op gebied van de opbouw van bibliotheken met productspecificaties.

Binnen buildingSMART zijn meerdere standaarden onderwerp van ontwikkeling en onderzoek, die allen direct te maken hebben met het werken in 3D BIM. In een BIM wordt immers projectdata vastgelegd en gerepresenteerd. Het vastleggen geschiedt op verschillende niveaus, waarbij het gaat om objecten, eigenschappen en relaties. Het representeren heeft plaats doormiddel van media als files en databases. De objecten worden van grof naar fijn vastgelegd, van gebouw, bouwdeel, ruimte, element en materiaal. Alle data die benodigd is om zonder opnieuw te moeten invoeren de gewenste berekeningen, calculaties en controles uit te voeren.

Dit kunnen activiteiten zijn op gebied van:
· toetsing aan regelgeving en normering;
· berekeningen op gebied van condities en prestaties van het project in zijn geheel, van afzanderlijke ruimtes en van de toe te passen materialen;
- calculaties op gebied van realisatiekosten en expJoitatiekosten met inbegrip van energiegebruik en emissies;
- tijdsaspecten op gebied van realisatieplanning, simulaties in uitvaeringslogistiek, exploitatiemodellen en levensloop simulaties.
De standaarden die daarbij een rol spelen omvatten drie verschillende niveaus:
- een standaard voor (geometrische) object gerelateerde informatie;
- een standaard voor product gerelateerde objectinformatie, opgeslagen in bibliotheken;
- een standaard voor het uitwisselingsproces van informatie.
Om dit te bereiken zijn in internationaal overleg de volgende standaards omschreven:
· IFe, Industry Foundation Classes (ISO 16739), een neutraal data formaat, voor
het uitwisselen en delen van informatie in de bouwsector: IFD, International Framework for Dictionaries (ISO 12006-3), een taal om meertalige productanthologieen en bibliotheken te definieren. IFD Library biedt een flexibele en robuuste methode om bestaande databases met bouwkundige informatie te koppelen aan een IFC BIM - model.
- IDM, Information Delivery Manual (standaard in voorbereiding), een beschrijving van de (deel)processen en een specifcatie van de informatie die een partij moet aanleveren in een bepaald stadium van het project.

Onderzoek

Recent is onder leiding van prof.dr.ir. Bouke de Vries van de TU/e, tevens bestuurslid van buildingSMART Benelux, een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken van uitwisselingsmogelijkheid bij verschillende soorten veelgebruikte software. Een gemiddelde van 80% lijkt een mooi resultaat, maar geeft ook aan dat er nog veel werk verzet moet worden. Zolang de data-uitwisseling nog niet 100% betrouwbaar is, blijft een menselijke beoordeling en controle noodzakelijk. Maar iedere keer dat projectdata niet opnieuw handmatig ingevoerd moet worden, is de kans op menselijke vergissingen en fouten kleiner.

BIM
Ook in Nederland is er inmiddels ervaring met 3D BIM. Op verschillende fronten zijn bedrijven actief om hun eigen werkzaamheden uit te voeren aan de hand van een BIM. Enkele architecten gebruiken vooral hun 3D tekensoftware om de verschillende ontwerpactiviteiten te coordineren en om de opdrachtgever een goed inzicht te kunnen geven in het project. En bij sommige bouwbedrijven wordt een 3D BIM van een project opgebouwd ten behoeve van uitvoeringslogistiek en materiaalinkoop.
Op zich goede ontwikkelingen, maar een 3D BIM is en kan veel meer. We moeten voorkomen dat dit soort op zich hoopvolle initiatieven stranden wegens het ontbreken van samenhang. fen 3D BIM kan een cruciale rol vervullen tijdens het gehele traject van projectdefinitie, via ontwerp, engineering, toetsing en realisatie tot en met exploitatie, maar dan moeten we vooraf goed afstemmen hoe het BIM wordt opgebouwd en welke data door de verschillende partijen gewenst is. Dat betekent dat alle data op gebied van tekenen, berekenen en plannen op de juiste wijze geordend en ingevoerd moeten worden, binnen de vastgestelde en overeengekomen standaards.
In feite is er een partij die daar direct en het meeste belang bij heeft, en dat is uiteraard de opdrachtgever. Alle "deel BIM's" zijn op zich prima, en zorgen ervoor dat het werk van die betreffende partij beter verloopt, maar een continue 3D BIM voor het gehele proces is vooral het belang van de opdrachtgever. We mogen dan ook verwachten dat er een sterk groeiende markt ontstaat voor gespecialiseerde BIM-managers, die deze continuiteit in het proces kunnen bieden. De ervaring van enkele koplopers in de markt, die deze taak thans aanbieden, is wel dat er veel zal gaan veranderen in de traditionele gang van zaken. ledere betrokkene zal breder in het proces staan en veel meer vooruit moeten denken. Begrippen als "ruimtereservering" in een BIM voor onderdelen die in later stadium gespecificeerd gaan worden zijn een essentieel onderdeel van het Bimmen.
Hoe je straks vanuit het 3D BIM een bestek moet maken is nu al uitgebreid onderwerp van studie bij STABU. En hoe moet je met aanbestedingsregels omgaan als het zo voor de hand ligt om ook producenten en toeleveranciers in je BIM mee te laten kijken om de maakbaarheid van een project te vergroten. Een 3D BIM is immers uiterst transparant, waarbij, ieder, dus ook de opdrachtgever, zich voortdurend kan informeren over het gehele proces.
Om al deze aspecten aan de orde te stellen zijn er verschillende werkgroepen actief binnen de verenging buildingSMART Benelux. Thans betreft dit de volgende werkgroepen, die uiteraard open staan voor alle geinteresseerden in de verschillende onderwerpen.


- Werkgroep 1 Communicatie, belast met het uitdragen van de doelstelling van de vereniging bij alle relevante partijen en organisaties teneinde betrokkenheid bij de vereniging te bereiken. Bij de contacten met opdrachtgevende partijen ligt het accent op het aangeven van de invloed van de standaarden op de te bereiken projectresultaten. De werkgroep is tevens verantwoordelijk voor alle interne communicatie met de leden.
- Werkgroep 2 ITM, belast met de technische ontwikkeling van de standaarden. Binnen de werkgroep worden de internationale ontwikkelingen gevolgd en geparticipeerd in het "ITM" overleg hierover. Taak van de werkgroep is het bereiken van uniforme standaards, eventueel door middel van implementerende software tools, met een door onafhankelijke certificering gewaarborgde kwaliteit voor de gebruikers.
- Werkgroep 3 Smart, Standards & Codes (Regelgeving), belast met het bevorderen van het gebruik van de standaarden bij de normering en regelgeving. De werkgroep onderhoudt pro-actieve contacten met instellingen en organisaties op deze gebieden, teneinde te bewaken dat uniforme standaarden ontstaan.
- Werkgroep 4 IFD Library for buildingSMART samen werken aan de ontwikkeling van de internationale standaard en uitwerken
van toepassingsgebieden binnen werkgebied Benelux.

De relatie tussen IFC, IFD, IDM en MVD
De internationale open standaard IFC (Industry Foundation Classes) definieert een uitwisselingsformaat voor informatie met
betrekking tot een gebouw en zijn omgeving. De aanstaande versie 2x4 van de IFC standaard zal faciliteiten omvatten om
GIS- gegevens uit te wisselen, (b.v. waar het gebouw staat en informatie over omringende gebouwen) en faciliteiten om alle
informatie te markeren met een unieke ID (GUID) van een internationaal goedgekeurde ontologie. Met deze toegevoegde
functionaliteit zal IFC een voor de computer begrijpbaar formaat verstrekken waarin al relevante de bouwinformatie tussen twee
partijen kan worden uitgewisseld. IFC staat toe diverse gegevens op diverse manieren uit te wisselen. Ais een ontvanger van informatie zeker wil zijn dat de ontvangen informatie bruikbaar is moeten de ontvanger en de verzender het eens over de precieze informatie die wordt uitgewisseld. Het doel van de ondersteuning van IDM (Information Delivery Manual) en MVD (Model View Definition) is precies te specificeren welke informatie in elk uitwisselingsscenario moet worden uitgewisseld en hoe dit te relateren aan het IFC model.
Bijvoorbeeld een architect die aan het ontwerpen is moet informatie van de constructeur ontvangen over welke muren die
dragend zijn en welke niet. Tegelijkertijd moet de constructeur weten welke functie elk van de ruimtes in het gebouw heeft om
de juiste berekeningen te kunnen uitvoeren. IDM levert samen met MVO de informatie over het uitwisselingsscenario in normaal (voor mensen) leesbare tekst en voor geautomatiseerde validatie binnen applicaties. Doorgaand op bovenstaand voorbeeld kan de constructeur een snelle controle doen middels de eisen die zijn vastgelegd in de IDM/MVD om vast te stellen of er voldoende informatie van de architect is ontvangen om het werk aan te vangen.

Om de veriflcaties te kunnen automatiseren is meer gedetailleerdere informatie nodig dan het generieke niveau van de IFC standaard. Bijvoorbeeld, als een architect inlichtingen over het type materiaal in de kolommen wil verstrekken zou dit in IFC worden gedaan middels tekstregels. Zelfs als elk van woorden correct worden gespeld is er geen waarborg dat de ontvangende applicatie precies zal begrijpen wat deze tekstregel betekent En als een verschillende taal, een dialect of een vorm van het woord zou worden gebruikt is er geen betrouwbare manier om controle uit te voeren. Idealiter zou de computer zelfs dit type in het IFC-formaat ontvangen informatie moeten kunnen begrijpen. Oit is typisch het scenario waar in semantische zoekopdrachten op het Web worden gericht, maar om semantiek automatisch te kunnen interpreteren moet de semantiek eerst worden gedelinieerd. IFD (International Framework for Dictionaries, ISO 12006·3) samen met de aanstaande versie van de IFC standaard, 2x4, biedt een middel om dit mogelijk te maken. IFD is een supplement aan IFC; het kan niet en probeert ook niet om IFC te vervangen. De Bibliotheek IFD is een open bibliotheek, waar de concepten en de termen worden bepaald, semantisch beschreven en ze een uniek identificatienummer krijgen. Om de informatie die door IFC wordt uitgewisseld begrijpbaar te maken, zou deze informatie zich op concepten moeten baseren zoals die in IFD worden bepaald. Dit laat toe dat alle informatie in het IFC-formaat een globaal unieke identificatie (GUID) krijgen. De architect kan de materialen dan verstrekken in bijvoorbeeld Chinees, terwijl de ontvanger het in Nederlands kan begrijpen. Eveneens, kan een synoniem of een meervoudsvorm van een naam van een materiaal correct door de ontvangende partij worden begrepen, zolang correcte GUID wordt meegegeven. Terwijl reeksen zoals namen en de beschrijvingen worden uitgewisseld in tekstuele vorm en worden gebruikt door mensen, wordt onderliggende GUID gebruikt door de computers. Momenteel gebruikt IFC zijn eigen definities, die in het model en in propertysets worden opgeslagen. Deze deflnities zullen aan de overeenkomstige definities binnen IFD worden gerelateerd.